Het enten:

Honden
Het entingbewijs of dierenpaspoort wordt bij ieder bezoek meegebracht zodat wij kunnen zien dat de enting tegen hondenziekte, adeno, parvo zijn gedaan en geldig zijn minimaal tot het einde van het verblijf. Enting tegen kennelhoest en ziekte van Weil is eveneens verplicht, dit zijn entingen die jaarlijks gegeven dient te worden.
Wij weten dan dat de gezondheid van uw hond en van anderen niet in gevaar komt. 

Kat
Voor de kat is de enting tegen kattenziekte verplicht. Entingen die gegeven worden voor de kat zijn de Tricat trio / Ducat. 

De enting tegen niesziekte stellen we wel verplicht.

Konijn
Myxomatose en RHD zijn ernstige infectieze aandoeningen en deze kunt u voorkomen door te laten enten. De virussen worden overgebracht door vliegen maar RHD kan ook door besmet voer of door een mens die het bij zich draagt overgebracht worden. Een jaarlijkse enting stellen wij dan ook veplicht.

Alle entingen dienen minimaal 21 dagen voor aankomst te zijn gedaan. Dit geldt ook voor de herhalingsentingen.
Bij niet correcte administratie van de entingen of het ontbreken kunnen wij de hond/kat beperkt aannemen!!
Indien er plaats is in de quarantaineruimte zijn de meerkosten dan per huisdier €.7,50  per dag.

Voor medicijngebruik stellen wij een schriftelijke bijsluiter verplicht.
Medicijnen graag in de originele verpakking meenemen en aangeven wanneer uw huisdier gewend is deze te krijgen,de juiste dosering en waar ze voor dienen.


Titeren bij de hond:
Wij  stellen verplicht dat de uitslag in het paspoort ingevoegd is met ondertekening van de dierenarts en de termijn van hercontrole.

In onze regio kunt u bij de D.A.P. Schouwen-Duiveland de titertest laten uitvoeren, u krijgt een afschrift van de bepaalde waardes.
Mocht de waarde van 1 of meerdere testresultaten niet voldoende zijn, wordt u geacht deze entingen bij te laten prikken. 

De  L4 (ziekte van Weil) en Hondenhoest kunnen niet getiterd worden en worden jaarlijks herhaald en eveneens genoteerd in het entingspaspoort.

Voor wie een keuze wil maken, hieronder 2 x een uitleg zodat u onafhankelijk kunt beslissen of u de Hondenziekte en Parvo wil laten enten of wil laten titeren.
Bronvermelding onder ieder artikel apart.
 
Inleiding
De vraag naar bepaling van antistoffen in het bloed tegen ziektes die deel uitmaken van het gebruikelijke vaccinatiepakket voor een hond in Nederland neemt toe. De gedachte daarachter is dat vaccinatie schadelijk zou (kunnen) zijn en er dus alleen gevaccineerd moet worden als blijkt uit bloedonderzoek dat er onvoldoende bescherming is.

Een nieuwe term is inmiddels ingeburgerd: ‘titeren’; dat betekent: bepaling van de titer van antistoffen in het bloed. De titer van antistoffen in het bloed is de hoogste verdunning waarbij deze antistoffen nog aantoonbaar zijn. Vandaar ook de schrijfwijze: titer 1 : 100.

Op zich is ‘titeren’ best wel een goed idee. Waarom zouden we het immuunsysteem meer belasten dan nodig? We weten dat de respons – hoeveelheid en ‘levensduur’ van antistoffen – op een vaccinatie individueel sterk kan verschillen, dus waarom een standaard vaccinatieschema voor iedere hond?

En eigenlijk zou er altijd na een vaccinatie een controle (titerbepaling) moeten plaats vinden om vast te stellen of de vaccinatie daadwerkelijk resulteert in voldoende antistoffen en dus voldoende bescherming tegen de betreffende ziekte. We kennen in de praktijk gevallen waarbij er pas na een tweede of derde vaccinatie voldoende antistoffen in het bloed tegen bijvoorveeld rabiës gemeten kunnen worden. Het is dus niet zo gek, dat sommige landen een titerbepaling voor rabiës eisen en geen genoegen nemen met alleen een vaccinatie.

We bespreken hieronder in het kort: Over welke vaccinaties hebben we het? Is vaccineren schadelijk? Zijn de resultaten van ‘titeren’ betrouwbaar? Is er een alternatief voor vaccineren?


Over welke vaccinaties hebben we het? 
We hebben het over vaccinaties tegen Hondenziekte (Canine Distemper Virus of CDV), Besmettelijke Leverontsteking(Canine Adeno-2 Virus of CAV-2; ook tegen CAV-1), Parvo (Canine Parvo-2 Virus of CPV-2), Ziekte van Weil (Leptospirose), Kennelhoest (Parainfluenza Virus [Pi] met of zonder Bordetella bronchiseptica Bacterie [Bb]) en Hondsdolheid (Rabiës Virus of RV).

Zonder vaccinatie (zonder antistoffen) zijn Hondenziekte en Parvo bijna altijd dodelijk, Besmettelijke Leverontsteking en Ziekte van Weil vaak dodelijk of laten ondanks behandeling veel schade achter. Er is geen enkele twijfel over dat we met behulp van vaccinaties de antistoffen titers van deze ziektes op peil moeten houden. Kennelhoest is meestal een self-limiting disease (NB: bij koorts direct naar de dierenarts!); vaccinatie tegen Kennelhoest alleen indien nodig (bijv. tijdens een pensionverblijf). Rabiës is altijd dodelijk en verplicht bij reizen naar het buitenland. Bovendien is rabiës een zoönose en dus ook besmettelijk (en dodelijk) voor mensen.

Is vaccineren schadelijk? 
Klachten als gevolg van vaccinatie zijn individuele overgevoeligheidsreacties op de entstof of hulpstoffen in de injectievloeistof; het is dus geen vergiftiging. Het beperkt zich meestal tot een wat pijnlijke zwelling van de injectieplaats, iets verhoging van de lichaamstemperatuur, wat diarree e.d.. Deze symptomen zien we af en toe, zijn meestal van korte duur en verdwijnen vrijwel altijd vanzelf.

Als we uitsluitend gezonde / vitale honden en niet meer / vaker dan nodig is vaccineren, zal het optreden van deze bijwerkingen een verwaarloosbaar risico zijn in relatie tot de enorme preventieve voordelen. Beweringen, dat vaccinaties oorzaak (kunnen) zijn van chronische klachten of ‘Spätschäden’ - later (na maanden of jaren) optredende klachten die in verband gebracht worden met een vaccinatie - hebben meestal een hoog speculatief gehalte; wetenschappelijke of gedegen empirische onderbouwing ontbreekt. Er zijn wel aanwijzingen, dat een vaccinatie een trigger kan zijn tot het manifest worden van een latent aanwezig immuunprobleem; maar ook dat komt zelden voor.


Zijn de resultaten van ‘titeren’ betrouwbaar? 
Bron: Idexx VetMedLab

Onderzoek heeft aangetoond dat er een goede correlatie bestaat tussen de antlichaamtiter en beschermende immuniteit voor CDV (Hondenziekte), CPV-2 (Parvo), CAV-1 / CAV-2 (Besmettelijke Leverontsteking) en RV (Rabiës).

Bij andere vaccins echter bestaat deze correlatie niet en heeft het bepalen van antilichaamtiters dus een beperkte waarde; bijvoorbeeld of omdat de antlichaamtiters slechts kort bestaan (zoals bij Leptospirose) of  omdat er geen correlatie aangetoond is tussen de titer en bescherming (bijvoorbeeld Leptospirose en Lyme).

Voor Hondenziekte en Parvo is bekend bij welke titer er sprake is van voldoende bescherming tegen de betreffende ziekte. Het is echter niet bekend hoe lang deze titer en dus de bescherming tegen de betreffende ziekte op niveau blijft.

Voor Hondenziekte is er na vaccinatie van een volwassen hond bescherming bij een titer van > 1 : 20. Bij een pup bieden maternale antilichamen bescherming bij een titer van > 1 : 100.

Voor Parvo is er na vaccinatie van een volwassen hond voldoende bescherming bij een titer van > 1 : 80. In de regel bieden de maternale antilichaamtiters van < 1 : 40 onvoldoende bescherming bij een pup, maar deze kunnen wel interfereren met de vaccinatie. Een “te vroege” vaccinatie kan dan nog niet werkzaam zijn als het geattenueerde virus door de aanwezige maternale antilichamen geneutraliseerd wordt. De halfwaardetijd van de maternale antilichamen is ongeveer 10 dagen.

Voor Ziekte van Weil (Leptospirose) kan ook een titer bepaald worden, maar we hebben geen informatie over welke titers voldoende bescherming geven. Meestal daalt de titer voor Leptospirose vrij snel na de vaccinatie (circa 4 tot 9 maanden na vaccinatie). Bij een lage titer is er mogelijkerwijze onvoldoende bescherming; reden om de vaccinatie tegen Leptospirose in het vroege voorjaar te geven, omdat de besmettingskans in de zomer het grootst is. Normaal gesproken stijgt de titer niet boven de 1 : 400 na vaccinatie. Een titer van > 1 : 400 duidt op een infectie / contact met de veldbacterie.

We kunnen weliswaar ook de titers voor adenovirussen bepalen, maar daarbij geen onderscheid maken tussen Besmettelijke Leverontsteking (HCC) en Kennelhoest. Hier geldt echter dat een lage titer mogelijk duidt op afwezigheid van bescherming.

Let op !
Alle titers hiervoor genoemd zijn gebaseerd op titers die bepaald zijn bij het Idexx Vetmedlab; titer uitslagen en bijbehorende referenties kunnen mogelijk variëren per laboratorium.

Is er een alternatief voor vaccineren?
Bron: Drs. Atjo Westerhuis, dierenarts (regulier en homeopathie)

Er is geen alternatief voor vaccineren. Een waarschuwing is hier op zijn plaats voor de toepassing van nosodes in plaats van vaccins. Nosodes zijn gepotentiëerde verdunningen van reguliere entstof; vroeger werden deze nosodes gemaakt van de smetstof zelf, maar dat is door aangescherpte regelgeving niet meer mogelijk.

De effectiviteit van nosodes als preventivum voor ziektes uit het gebruikelijke vaccinatiepakket voor de hond in Nederland is nooit bewezen, noch wetenschappelijk, noch empirisch. Bovendien is effectiviteit van één nosode voor alle honden volgens het principe van de homeopathie – iedere patiënt zijn / haar eigen geneesmiddel – uitgesloten.

In het meest gunstige geval is te verwachten, dat slechts bij een enkele (toevallig) voor de betreffende nosode gevoelige hond enige toename van antistoffen zal plaats (kunnen) vinden.

Kosten (schatting)
Titeren kost voor een eigenaar naar schatting € 50 - 80 (kosten kunnen variëren per laboratorium / per kliniek). Een vaccinatie (cocktail) kost circa € 40 – 50.

Conclusie
In het geval van Hondenziekte (CDV) en Parvo (CPV-2) zou titeren een mogelijkheid kunnen zijn. De titerwaardes waarbij bescherming optreedt zijn bekend. Hoe lang die titers op niveau blijven weten we niet en dus ook niet hoe vaak we moeten titeren om tijdig een daling te signaleren. Je zou kunnen starten met titeren 3 jaar na de vaccinatie tegen Hondenziekte en Parvo.

Titeren voor ziekte van Weil, Besmettelijke Leverontsteking en Kennelhoest heeft praktisch gesproken niet zoveel zin.

Over de veiligheid van vaccinaties kunnen we kort zijn. De zeer geringe risico’s op overgevoeligheidsreacties of  ‘Spätschäden’  wegen ruimschoots op tegen de voordelen. We kunnen de risico’s op neveneffecten nog verder verkleinen door alleen kerngezonde honden te vaccineren en op maat te vaccineren waarbij naast gezondheid ook gelet wordt op reële noodzaak, leeftijd, immuungevoeligheid (ras) e.d.

Ook over de nosodes als alternatief voor vaccinatie kunnen we kort zijn: niet doen! En als men om welke reden dan ook er toch voor kiest, dan is titeren een goede mogelijkheid om daadwerkelijk te meten of de nosodes wel of geen effect hebben, of de hond daadwerkelijk voldoende beschermd is of niet.

Een mogelijke indicatie voor titeren voor CDV en CPV-2 zou een controle van de respons 2 - 3 weken na de laatste puppyvaccinatie op 12-16 weken (bron: WSAVA) kunnen zijn. Het is bekend dat vooral jonge honden niet altijd voldoende antilichamen maken na een vaccinatie.
Alles in overweging nemende lijkt vooralsnog vaccinatie op maat de beste keuze! Titeren kan zinvol zijn om de respons op een vaccinatie te controleren. Als besloten wordt om een nosode te geven in plaats van een vaccinatie is titeren noodzaak om de respons te controleren.

De besproken titerbepalingen kunnen in iedere dierenartsenpraktijk worden uitgevoerd!

Bron: Edupet/Vetined. Site voor Veterinaire Educatie
 
Wat is titeren?
Met titeren bedoelen we dat er bloed wordt afgenomen om te kijken hoeveel antilichamen er aanwezig zijn in het bloed. Als we een mens of dier vaccineren is het de bedoeling dat het immuunsysteem reageert door antilichamen aan te maken. Dat gebeurt niet bij alle vaccinaties.

  • Bij leptospirose bij de hond worden er heel weinig antilichamen aangemaakt en wordt de bescherming op een andere manier bereikt, namelijk door cellen die de bacterie opruimen. Maar deze vorm van immuniteit is niet te meten.
  • Bij hondenziekte, parvo en hepatitis is het wel mogelijk om de hoeveelheid antilichamen te meten. En ook voor de kat is het mogelijk bij kattenziekte.
  • Bij niesziekte bij de kat is het hebben van antilichamen geen garantie dat de ziekte niet optreedt en is titeren dus minder zinvol. Aan de andere kant geldt dat ook voor de vaccinatie, die geeft ook niet heel goede bescherming.

Deze titerbepaling kan in een laboratorium plaatsvinden. Daarvoor is een hele buis bloed nodig en dan duurt het een paar dagen voordat de uitslag er is. Het kan tegenwoordig ook met een sneltest, genaamd Vaccicheck. Dan is er maar een klein druppeltje bloed nodig en duurt het ongeveer een half uur voordat de uitslag er is.

Waarom titeren?
Vaccinaties zijn niet onschuldig. Ook niet heel erg gevaarlijk, zoals sommige mensen ons willen doen laten geloven, maar ze kunnen bijwerkingen hebben. Hoe vaak er bijwerkingen optreden verschillen de meningen over maar toch wel 2-5% van de honden kunnen een vervelende reactie krijgen. Die zijn niet altijd even gevaarlijk maar toch zijn er jaarlijks mensen en dieren die overlijden na een vaccinatie. Dat zijn er ongeveer 1 promille (1 op de duizend). Dat is geen reden om niet te vaccineren, maar wel reden om niet onnodig te vaccineren. Door het bepalen van de antilichamen titer kun je voorkomen dat er onnodig gevaccineerd wordt.

Wat is de Vaccicheck?

Vaccicheck is een sneltest waarmee je kunt kijken of er antilichamen aanwezig zijn voor besmettelijke hepatitis bij de hond, parvo en hondenziekte en bij de kat voor kattenziekte en 2 soorten niesziekte. Het wordt geproduceerd door Biogal, een Israelisch bedrijf dat gespecialiseerd is in het ontwikkelen van testen voor allerlei dierziekten.
Er is maar een hele kleine hoeveelheid bloed nodig. Een druppeltje is voldoende en het ontwikkelen van de test duurt ongeveer een half uur.
En hoe zit het met ziekten waar we niet voor kunnen titeren?
Voor leptospirose (waarvan de ziekte van Weill de meest bekend variant is) en kennelhoest kunnen we geen titerbepaling doen. Voor hondsdolheid is een titerbepaling niet rechtsgeldig. Dus voor deze ziekten kan gevaccineerd worden als de hond daarvoor beschermd moet zijn.
 
Wanneer kan/mag het?
Je kunt titeren op elk moment dat je een vaccinatie zou willen geven. Het kan dus bij pups vanaf 6 weken om te kijken of ze nog antilichamen hebben die ze van hun moeder hebben meegekregen  en het kan bij oudere dieren om te kijken of ze nog genoeg antilichamen hebben van een eerdere vaccinatie om beschermd te zijn.

Hoe lang werkt het?
Dat is van te voren niet te zeggen. Het is namelijk afhankelijk van hoeveel antilichamen er aanwezig zijn. Als er weinig antilichamen zijn kan het nodig zijn om elk jaar te titeren.
Het is officieel niet bekend hoe lang antilichamen blijven en hoe lang vaccinaties werken. Aangezien er al cocktail entingen zijn waarvan de fabrikant aangetoond heeft dat ze drie jaar werken, is het aannemelijk dat de antilichamen in elk geval 3 jaar aanwezig blijven. Dus bij een hoge titer, een donkere stip, zou 3 jaar verdedigbaar zijn.
In Amerika heeft Ronald Schultz challenge proeven gedaan en daarmee aangetoond dat er voor hondenziekte, parvo en besmettelijke hepatitis 7 jaar bescherming is.
In Amerika is er een adviescommissie van de WSAVA (World Small Animal Veterinary Association) die sinds januari 2016 adviseert om bij een positieve uitslag eens in de drie jaar te titeren. Dus eens in de drie jaar lijkt goed te verdedigen te zijn. Er zijn dierenartsen die op basis van persoonlijke jarenlange ervaring met de test langere termijnen aangeven, maar dat is (nog) niet wetenschappelijk onderbouwd.
Het lastige is dat als er minder antilichamen zijn dan wenselijk is maar er nog wel antilichamen aanwezig zijn, een vaccinatie nog niet aan kan slaan. Je moet dus wachten tot de stip helemaal of nagnoeg helemaal weg is om een vaccinatie aan te laten slaan.

Vanaf wanneer kan ik volwassen honden laten titeren?
Volwassen honden zijn honden die puppyvaccinaties hebben gehad en op een jaar leeftijd nog een keer een vaccinatie. Deze honden kunnen eens in de drie jaar getiterd worden, te beginnen drie jaar na de enting op een jarige leeftijd. Als dat tenminste een cocktailenting is geweest. Het mag uiteraard ook eerder om te zien of deze vaccinaties wel zijn aangeslagen.

Vanaf wanneer kan ik pups laten titeren?
Het is mogelijk om pups vanaf 6 weken te titeren tot de antilichamen van de moeder helemaal weg zijn en dan 1x een cocktail-enting te geven en  ze na 4 weken te controleren met een titerbepaling. Op deze manier is het aantal vaccinaties te minimaliseren. Het spreekt voor zich dat een fokker dan mee moet werken.
Het is wel verstandiger om alle pups te titeren of ze allemaal te vaccineren. En niet een pup te titeren en de rest te vaccineren bijvoorbeeld. Er wordt gevaccineerd met levende entstof en het is theoretisch mogelijk dat als de pups geen antilichamen meer hebben en er een pup uit het nest gevaccineerd wordt, de anderen ziek worden.
Meestal worden pups bij de fokker gevaccineerd op 6 weken. Dan kan de pup getiterd worden op 9 weken, wanneer normaal gesproken de 2e vaccinatie gegeven zou worden. Hoe het dan verder gaat is afhankelijk van de uitslag van de titertest.

Wat als ik naar het buitenland ga?
Voor het buitenland (Europa) zijn de “gewone” entingen niet verplicht. Het enige wat verplicht is, is een hondsdolheidenting (rabiës), een chip en een EU paspoort. Deze hondsdolheidenting kan wel getitert worden maar dat is niet rechtsgeldig. Gelukkig hoeft deze enting maar eens in de drie jaar gegeven te worden.
Gegevens over wat nodig is voor reizen in het buitenland zijn te vinden op: www.LICG.nl

Hoe zit het met shows, pensions en hondenscholen?
Gelukkig worden titerbepalingen steeds meer erkend. Op shows wordt het geaccepteerd door de Raad van Beheer. Veel pensions en hondenscholen accepteren het inmiddels ook. Maar het is wel zaak om dat van te voren goed na te vragen, want pensions en hondenscholen zijn vrij om het niet te accepteren.

Hoeveel kost een titerbepaling?
De kosten die een dierenarts maakt zijn erg afhankelijk van zijn/haar manier van praktijk voeren. Een grote kliniek met veel personeel, hoge huur en dure apparatuur zal meer vragen voor een consult en dus een titerbepaling dan een dierenarts die weinig kosten maakt. De kosten variëren van 60 euro tot 100 euro voor een titerbepaling. Bij meerdere honden tegelijk of als er veel honden verzameld worden op een locatie zijn de kosten vaak lager dan varieert het van 39,50 tot 45 euro. Maar dan is er geen tijd voor een consult.

Waar kan ik laten titeren?
Er staat een lijst met dierenartsen op www.NMLhealth.com/vaccicheck
Dat zijn dierenartsen die de Vaccicheck besteld hebben bij NML Health. Ze kunnen echter ook de Vaccicheck bestellen bij de groothandel waar ze hun diergeneesmiddelen bestellen en dan kan het zijn dat ze niet op deze lijst staan. Dus het loont ook de moeite om het gewoon aan je eigen dierenarts te vragen. Elke dierenarts kan hem bestellen.

Credits
Dit artikel is geschreven door Tannetje Koning van Natuurlijk Gezondheidscentrum voor Dieren De Oase
Tannetje maakt in haar praktijk gebruik van titerbepalingen en geeft tevens door het hele land lezingen over vaccineren en titeren.